Sports

Waarom de pakkans bij matchfixing in Nederland zo klein is

Het was helemaal niet goed. Basketbalcoach Tony Van den Bosch voélde het gewoon. Zijn team, Aris uit Leeuwarden, presteerde wisselvallig. Goede spelers waren soms onverklaarbaar uit vorm. Het team speelde gekke wedstrijden. Hoe kon dat?

Van den Bosch begon te twijfelen aan zichzelf. Was hij nog wel een goede coach? Kon hij zijn ploeg nog raken? Na de wedstrijd tegen Weert, op 4 april 2019, wist hij het antwoord. Aris had die eigenlijk nooit mogen verliezen. Dus Tony Van den Bosch wist: nee, hij kon deze ploeg niet meer leiden. Hij nam ontslag en vertrok naar zijn thuisland België.

Tony Van den Bosch komt aan het woord in de NOS-podcast Gefixt over het manipuleren van wedstrijden in de sport, die vanaf deze week wordt uitgezonden – NRC kon de eerste twee afleveringen al beluisteren. Hij wist niet wat er in Zuid-Korea gebeurde op het moment dat Aris tegen Weert speelde. Dat onbekende gokkers ruim 70.000 euro hadden ingezet op een verliespartij van zijn ploeg. Dat die gokkers samen een ton verdienden.

Dat zou allemaal pas later naar buiten komen, toen de wedstrijd tussen Aris en Weert als verdacht zou worden aangemerkt. Eén van de eerste Nederlandse sportwedstrijden die in verband gebracht zou worden met matchfixing. Vier (buitenlandse) spelers van Aris zouden worden verdacht van het manipuleren van meerdere wedstrijden. Van den Bosch, in de podcast: „Er waren zaken bezig waar ik geen controle over had […] Wat sta ik dan nog langs die lijn te doen? Dan wordt er ergens in een goktent gecoacht”.

Onderzoek gestaakt

In de Aris-kwestie leek alles voorhanden. Verdachte gokpatronen bij meerdere wedstrijden. Diverse verdachte spelers – één van hen had ook in Korea gespeeld. Een onderzoek dat werd ingesteld door het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat tuchtzaken in de sport behandelt. Toch kwam het, tot dusver, niet tot een veroordeling. Verder dan verdenkingen is het nooit gekomen. Bij het Instituut Sportrechtspraak denken ze nog steeds dat wedstrijden van Aris zijn gemanipuleerd, maar de instantie miste de mankracht en bevoegdheden om de vinger te krijgen achter de (grotendeels illegale) gokwereld in Azië. Juist daar was veel geld verdiend aan de duels van Aris. Het ISR besloot in april om de zaak te staken. Daarna werd het stil.

Zo gaat het vaak bij matchfixing in Nederland. Er is in Nederland nog nooit een sporter of gokker strafrechtelijk veroordeeld voor het manipuleren van sportwedstrijden. Eén keer is een schikking getroffen – met de relatief onbekende darter Wessel Nijman – en werd de sporter geschorst. In een ander geval schorste wereldvoetbalbond FIFA de voetballer Ibrahim Kargbo, voormalig speler van Willem II, levenslang. In beide zaken vormde onderzoek van buitenlandse bonden de basis. Nooit heeft een Nederlands onderzoek geleid tot een waterdichte zaak.

Dat is geen toeval, vertellen betrokkenen bij de opsporing aan NRC. Matchfixing is een lastig op te sporen misdaad. ‘Haalcriminaliteit’ heet het – politie en Openbaar Ministerie moeten er zelf achteraan. Echt diepgravend onderzoek doen. En gedegen onderzoek doen lukt in Nederland niet, onder meer door haperende samenwerking tussen opsporingsinstanties, ministeries en sportbonden.

Het leidt tot frustratie – sommige betrokkenen verwijten elkaar dat ze weinig capaciteit besteden of prioriteit geven aan het opsporen van sportmanipulatie. Emiel Krijt, de integrity officer van sportkoepel NOC-NSF: „De politie moet mensen op de werkvloer hebben die er daadwerkelijk in kunnen duiken. Zolang dat gebrekkig is, kunnen we niet heel actief opsporen. De pakkans is heel klein.”


Lees ook: een gele kaart van 13.000 euro, is dat matchfixing?

Verdacht patroon

Een gemanipuleerde wedstrijd op het spoor komen begint meestal met een verdacht gokpatroon. Gokkers – vaak in Azië – zetten ineens veel geld in op een onverwachte uitslag. Gok- of databedrijven ontdekken het onverwachte patroon en doen melding bij de Kansspelautoriteit. Die kan besluiten om de politie te informeren. Als een signaal binnenkomt bij het Centrum Veilige Sport Nederland – van de sportbonden – wordt dat eerst doorgegeven aan de politie. Die gaat er soms mee aan de slag – in andere gevallen wordt het tuchtrecht ingeschakeld via het Instituut Sportrechtspraak.

Bij legaal gokken is dat makkelijker dan bij illegaal gokken. Bedrijven op de reguliere gokmarkt houden zich normaal gesproken aan afspraken om verdachte patronen te melden. Maar zeker in Azië is een grote ondergrondse gokmarkt, waar weinig zicht op is en waar niets wordt gemeld. Chiel Warners, voormalig atleet en nu informatiecoördinator van het Nationaal Platform matchfixing, een samenwerkingsverband van onder meer sportbonden, ministeries en opsporingsautoriteiten, schat dat 10 tot 20 procent van de gokmarkt gereguleerd is. „Als je kwaad wilt, kun je prima terecht op de illegale gokmarkt in Azië. Daar vloeit een enorm volume aan geld doorheen. Bij ons zit altijd in het achterhoofd: er is een enorme duistere macht buiten Nederland waar we weinig zicht op hebben”, zegt Warners.

Soms worden dichter bij huis signalen opgepikt door autoriteiten of toezichthouders. Dat is, zo blijkt uit de podcast Gefixt, eerder dit jaar gebeurd, toen een dartswedstrijd van Raymond van Barneveld ineens op de radar kwam van de Britse toezichthouder. Het ging om een webcamtoernooitje, georganiseerd toen fysieke wedstrijden vanwege corona waren afgelast. Van Barneveld – op dat moment eigenlijk met pensioen – had geld nodig en verveelde zich. Hij deed mee. Elke avond een wedstrijdje van tien minuten gooien, thuis met een webcam op het bord gericht.

Veel geld ingezet

Op de vierde dag van het toernooi gebeurde er iets raars. Van Barneveld zou tegen Martin Adams spelen – eveneens een wereldberoemde darter. Een uur voordat de webcams aangingen, werd er ineens heel veel geld ingezet door gokkers. Meer dan 60.000 euro, terwijl op de andere wedstrijden in het toernooitje gemiddeld ongeveer 700 euro werd ingezet. Gokkers in Nigeria en Spanje zetten bedragen in tot 10.000 euro en ook in Australië werd een verdachte inzet gezien. Van Barneveld was bij de bookmakers favoriet, tot vlak voor de wedstrijd. Toen verschoven de winstkansen dramatisch en ook dat was verdacht. Er werden grote bedragen ingezet op een overwinning voor Adams.

Van Barneveld verloor. Kansloos, met 5-0. Hij gooide een gemiddelde van 65 per beurt – extreem slecht voor zijn doen. Wat was hier aan de hand?

Van Barneveld verklaart in de NOS-podcast dat hij vlak voor de wedstrijd van de dienstdoende commentator hoorde dat er veel geld werd ingezet op zijn wedstrijd en dat hij daar zo zenuwachtig van werd – „heel ongemakkelijk” – dat hij slecht begon te gooien. De commentator ontkent dat hij iets tegen Van Barneveld heeft gezegd over de gokpatronen.

Het gebeurt dus wél, matchfixing onder Nederlandse sporters

De Britse toezichthouder kreeg de signalen over de gokpatronen ook en vond het inderdaad verdacht. Had Van Barneveld zijn wedstrijd verkocht? De toezichthouder wilde het antwoord op die vraag wel onderzoeken, maar deed dat niet. Het mocht niet. Dit was een amateurwedstrijd, zonder regulering. Van Barneveld speelde ook als amateur en mocht daarom niet worden ondervraagd. In het Verenigd Koninkrijk werd de zaak gesloten. Of er in Nederland verder onderzoek naar wordt gedaan is niet bekend. Van Barneveld ontkent in de podcast dat hij heeft meegewerkt aan manipulatie: „Als het vooropgezet was, zou ik me toch niet met 5-0 van het bord hebben laten gooien?”

De verdachte wedstrijd is wél de reden dat de rest van het webcamtoernooi werd gereguleerd. Spelers moesten inzage geven in bank- en telefoongegevens. Eén speler weigerde en verliet het toernooi: Raymond van Barneveld. Een andere Nederlander die meedeed, Wessel Nijman, is daarna gepakt en heeft toegegeven dat hij heeft meegewerkt aan matchfixing. Hij is de eerste Nederlandse sporter die heeft bekend in een matchfixingzaak. Nijman is voor jaren geschorst.

Het gebeurt dus wél, matchfixing onder Nederlandse sporters. Daarover is iedereen die betrokken is bij de opsporing het eens. „Het zou naïef zijn om te veronderstellen dat het in Nederland niet plaatsvindt of heeft plaatsgevonden”, zegt Emiel Krijt, die zich bij NOC-NSF bezighoudt met integriteit. Uit onderzoek van hoogleraar sportrecht Marjan Olfers, acht jaar geleden, kwam het ook naar voren: meer dan een kwart van de geraadpleegde sporters zei daarin dat matchfixing zich „in de omgeving” had voorgedaan – 4 procent gaf aan zelf benaderd te zijn door gokkers die een wedstrijd wilden manipuleren.

Toch wordt nauwelijks melding gemaakt door sporters. Eigenlijk is dat wel de afspraak: een sporter die wordt benaderd door een matchfixer, moet dat melden bij de bond. Die geeft het door aan het Centrum Veilige Sport Nederland. In 2019 kwamen daar vier meldingen binnen, waarvan twee gokgerelateerd. In 2020: één signaal.

Signalen herkennen

Emiel Krijt: „Het is onze taak om sporters ervan te doordringen dat ze melding moeten maken. Via bijeenkomsten en e-learning willen we ze laten zien hoe ze signalen kunnen herkennen en melden.” Vorig jaar had NOC-NSF budget om tien bijeenkomsten te organiseren – te weinig, vindt Krijt. Zeker omdat de online gokmarkt op 1 oktober ‘open’ gaat – het wordt dan legaal om online te gokken in Nederland.

Tientallen gokbedrijven zullen in Nederland gaan werken. Krijt: „Het gaat dan helemaal los met reclame voor online kansspelen. Sporters moeten zich bewust zijn van de gevaren. We hebben al verschillende keren bij de politiek aangekaart dat er meer aan bewustwording had moeten worden gedaan, ook vanuit de kansspelsector. Zij verdienen geld met gokken op sport, terwijl de sport met de nadelige gevolgen van manipulatie zit.”

Het is niet zo dat Nederland niets probeert te doen tegen matchfixing. De politie, het OM, sportbonden, ministeries (VWS, Justitie en Veiligheid), de Kansspelautoriteit, de Financiële Opsporings- en Inlichtingendienst (FIOD): ze zitten regelmatig bij elkaar om over het probleem te praten. Stuk voor stuk zitten er dan mensen aan tafel met goede intenties, zeggen betrokkenen, allemaal willen ze manipulatie in de sport aanpakken.

Ik begrijp best dat liquidaties belangrijker zijn en dat er soms te weinig tijd is, maar maak dat dan duidelijk

Het probleem: niet elke organisatie vindt het even belangrijk en er wordt te weinig mankracht beschikbaar gesteld om zaken te onderzoeken. Ook is niet altijd duidelijk of alle relevante informatie wordt gedeeld om écht samen een vuist te kunnen maken.

Chiel Warners, informatiecoördinator matchfixing: „De capaciteit bij politie en OM is beperkt en het tuchtrecht heeft weinig middelen om matchfixers te pakken. Dat weten de criminelen ook.” Emiel Krijt van NOC-NSF: „Ik begrijp best dat liquidaties belangrijker zijn en dat er soms te weinig tijd is. Maar maak dat dan duidelijk. Nu horen we steeds dat matchfixing prioriteit heeft, maar ervaren we dat in de praktijk niet. Dat maakt het erg ingewikkeld.”

Expliciete strafbaarstelling

Het zou helpen, denken veel sportbonden, als er een speciale wet komt om matchfixing aan te pakken. Het Openbaar Ministerie laat weten dat er een intern onderzoek is gedaan naar het nut van een expliciete strafbaarstelling. Enkele andere landen hebben wel zo’n strafbaarstellingswet en het OM heeft gekeken of dat „meer mogelijkheden” zou geven om matchfixers veroordeeld te krijgen. Dat is niet het geval, zegt officier van justitie Anne de Leeuw. In Nederland bestaat al een ander wetsartikel (niet-ambtelijke omkoping) waar manipulatie van sportwedstrijden onder kan vallen. „Het apart strafbaar stellen van matchfixing in een eigen artikel kan wel andere voordelen hebben, bijvoorbeeld de uitstraling en helderheid geven dat wedstrijdmanipulatie niet kan en mag”, zegt De Leeuw. Het OM wil niet zeggen of het uiteindelijk vóór of tégen een nieuwe wet is.

„Wetgeving is een middel, geen doel. Alleen aanpassing van wetgeving leidt niet tot de oplossing van het probleem van matchfixing. Daar is meer voor nodig”, zegt De Leeuw. Het OM heeft op het moment een aantal onderzoeken lopen naar matchfixing, maar De Leeuw kan niet op de inhoud daarvan ingaan. Geconfronteerd met de kritiek van sportbonden en het ministerie dat er bij het OM te weinig prioriteit gegeven zou worden aan het probleem, zegt De Leeuw: „Op allerlei terreinen in de opsporing is de hoeveelheid capaciteit die je vrijmaakt, voor ons onderwerp van gesprek. We kunnen het geld nu eenmaal maar één keer uitgeven.”

Waarom de pakkans bij matchfixing in Nederland zo klein is Source link Waarom de pakkans bij matchfixing in Nederland zo klein is

Back to top button