Netherlands

Wetenschapsauteur Julia Galef: ‘Je vergissen is niet hetzelfde als falen’

Bent u een ‘verkenner’ of een ‘soldaat’? Zoekt u de waarheid of verdedigt u altijd uw eigen overtuiging? Journaliste Julia Galef (37) onderzocht waarom we zo gehecht zijn aan onze meningen, en hoe we ze kunnen bijstellen als dat nodig is.

Het is een héél bijzonder, haast ontroerend verhaal waarmee ze haar boek afsluit. Ze leerde het kennen via de beroemde Britse bioloog Richard Dawkins. Het speelt zich af aan de universiteit van Oxford, op het moment van een heftige controverse. Een jonge docent uit de Verenigde Staten kwam er een lezing geven en was vernietigend voor de visie van een oude, eerbiedwaardige Oxford-prof die de lezing bijwoonde. De spanning hing in de lucht, omdat iedereen zich afvroeg hoe de oude prof zou reageren. Op het einde van de lezing stond die recht, beende naar het podium waar hij zijn jonge collega de hand schudde met de woorden: “Goede collega, ik wens u te bedanken. Ik heb het de voorbije vijftien jaar bij het verkeerde eind gehad.” De zaal barstte uit in applaus.

BIO • geboren op 4 juli 1983 in Maryland (VS) • gastvrouw van podcast Rationally Speaking, waarvoor ze ’s werelds top­intellectuelen interviewt • mede­stichter van het Center for Applied Rationality • TED-talk: ‘Waarom je denkt dat je gelijk hebt, zelfs als je je vergist’ • Website en alle info: juliagalef.com

“Ja, ik vind het ook een buitengewoon ontroerend verhaal”, zegt Julia Galef via Skype. Ze is een Amerikaanse wetenschapsjournaliste en publiceerde pas een – alsnog niet in het Nederlands vertaald – boek over de manier waarop we onze mening kunnen leren herzien, als dat nodig is. Hoe vermijden we tunnelvisie en dwaling? Daarover gaat The Scout Mindset, vrij vertaald: het denkpatroon van de verkenner. Haar titel heeft niets te maken met de padvinderij, maar alles met het leger. “In het leger heb je verkenners en soldaten”, legt ze uit. “De soldaat heeft een duidelijke taak: vechten en verdedigen. De verkenner heeft een heel andere taak: het terrein op een zo correct mogelijk manier in kaart brengen. Op zoek gaan naar de ware toedracht, zou je kunnen zeggen.”

En die militaire metafoor is van toepassing op hoe wij denken?

“Er zijn in principe twee manieren om na te denken over wat te geloven, om ideeën en argumenten te evalueren. Wie dat doet met de houding van de verkenner, is gemotiveerd om na te gaan wat waar is, en wil niet alleen maar zien wat hij graag ziet. Wie denkt als een soldaat, is gemotiveerd door het verlangen om zijn of haar bestaande overtuigingen koste wat het kost te verdedigen – wat men motivated reasoning noemt, gemotiveerd redeneren. Je kunt het ook wensdenken noemen.”

Is dat een bewust proces?

“Nee, dat gebeurt onbewust. Je denken wordt als het ware gegidst door de motivatie om een antwoord te krijgen dat van tevoren vaststaat. We zoeken redenen om iets wel of niet te geloven. Als je een idee evalueert dat je brein niet wil accepteren, dan stelt het zich de vraag: ‘Móét ik dit geloven?’ Als je een idee evalueert dat je juist wel wil accepteren, stel je onbewust de vraag: ‘Kán ik dit geloven?’ We zoeken naar excuses om een idee te geloven of te verwerpen. Als we in het denkraam van de soldaat zitten, tenminste. Dan zijn we defensief: we willen de eigen overtuigingen verdedigen.”

Denken de meeste mensen het grootste deel van de tijd als een soldaat?

“Waarschijnlijk wel. Al is het een spectrum – van verkenner tot soldaat – waarop we allemaal heen en weer schuiven, afhankelijk van context en onderwerp. Een financiële trader zal op het werk meer denken als een verkenner: hij test allerlei aannames op hun waarheidsgehalte om geen verkeerde beslissingen te nemen die hem geld kunnen kosten. Maar thuis in zijn persoonlijke relatie is hij misschien een soldaat en niet bereid om te onderzoeken welke problemen die relatie heeft. We zijn een mix.”

Is de soldaat zekerder van zijn stuk dan de verkenner?

“Uiteraard. De verkenner erkent voortdurend dat hij niet alles weet, dat de toestand nog onzeker kan zijn. Naarmate hij meer leert over de ware toedracht, neemt de onzekerheid wel af, natuurlijk. De soldaat is niet geïnteresseerd in waarheid of onzekerheid, die gaat sowieso om te vechten en te verdedigen.”

Een goede wetenschapper moet als een verkenner denken.

“Dat is het ideaaltype van wat een wetenschapper zou moeten zijn. Het is in de praktijk niet hoe wetenschappers altijd werken, want wetenschappers zijn mensen, en af en toe soldaat zijn hoort bij het mens-zijn, maar in het beste geval formuleert de wetenschapper een hypothese die hij op een correcte manier gaat onderzoeken.”

Is het soldatendom comfortabeler?

“Soms misschien wel. Als we ons goed willen voelen over onszelf of over ons leven, zullen we vaak verhalen verdedigen of geloven waarin we slim en deugdzaam zijn, in plaats van redenen te zoeken waarom we dat vaak misschien niet zijn. Denken zoals een verkenner kan oncomfortabel zijn, omdat je niet kunt weglopen van ongemakkelijke waarheden.

“Toch is mijn boek bedoeld om duidelijk te maken dat het ook bevrijdend kan zijn om te denken zoals een verkenner.”

Geeft u eens een voorbeeld?

“Het voordeel van de verkenner is dat hij zijn overtuigingen altijd onderhevig maakt aan herziening en bijsturing. Dat klinkt oncomfortabel, maar ik heb het voordeel ervan leren appreciëren. Beeld je in dat je 100 procent zeker bent, in je politieke overtuiging, dat immigratie goed is voor je land. Als je dat vindt, moet je dus álles verwerpen wat je overtuiging tegenspreekt. Dan ben je gedwongen om voortdurend redenen te zoeken die de mogelijke tegenargumenten verwerpen, anders stort je wereldbeeld in.”

En hoe voorkom je dat?

“Door je overtuiging bij te sturen als dat nodig lijkt, en iets minder zeker van je stuk te zijn – wanneer je bijvoorbeeld dingen leest die de nadelen van immigratie aantonen. Dat vind ik een houding die veel comfortabeler is, omdat je op een ontspannen manier naar de wereld kijkt. Je hoeft dan niet op alles te schieten wat je mening tegenspreekt. Het is een onderschat neveneffect van het verkennersperspectief: het besef dat je ernaast kunt zitten, is niet noodzakelijk een nederlaag. Je vergissen is niet hetzelfde als falen.”

Hoe vermijd je als verkenner dat je niet wegzinkt in het moeras van het relativisme? Je kunt toch niet alles blijven betwijfelen of bevragen?

“Dat is zeker waar. Soms is iets wel degelijk zwart of wit. Ik ben er zeker van dat de zon morgen weer zal opkomen. Ik denk ook dat het verkeerd is om mensen te folteren, en dat een welvaartsstaat die het pure kapitalisme bijstuurt een goed idee is – maar daar ben ik toch net iets minder zeker van dan van de zon die zal opkomen.”

Is er een verschil tussen feitelijke en morele kwesties?

“Dat maakt de discussie complexer. Het is legitiem om iets voorzichtiger te zijn in morele kwesties. Maar dat lijkt mij een filosofisch vraagstuk. De wetenschap is in elk geval een beter voorbeeld van een domein waar je met zekerheden kunt werken – maar ook daar zijn er gradaties. Ik ben er vrij zeker van dat de evolutietheorie van Charles Darwin juist is, en ik ben nogal zeker dat veel suiker slecht voor je is. Maar mijn graad van zekerheid over de evolutietheorie is hoger.”

Charles Darwin was in dit opzicht een interessant figuur. Hij was bang om zijn theorie naar buiten te brengen, en wachtte er ook erg lang mee.

“Hij realiseerde zich dat zijn theorie een bom zou zijn, natuurlijk. Het was een groot en nieuw idee, dat sommige diepe maatschappelijke overtuigingen ondermijnde – het idee dat de mens boven de rest van het dierenrijk stond, bijvoorbeeld. Zijn theorie was toen, halfweg de negentiende eeuw, subversief, en hij wist dat hij veel kritiek zou krijgen.”

‘Het is emotioneel bevredigend om antivaxers idioten te noemen, maar is dat een correcte manier om hun standpunt te vertolken?’Beeld Philip Keith

Maar wist hij dat hij gelijk had?

“Dat wist hij vrij zeker. Hij had buitengewoon veel bewijzen verzameld. Al waren er ook elementen waar hij minder vertrouwen in had. Er waren observaties die zijn theorie niet leken te bevestigen. Als hij dat zag, gedroeg hij zich niet als een soldaat, maar als een verkenner. Hij ging echt op zoek naar gegevens die zijn theorie tegenspraken. En als hij die vond, veegde hij ze niet onder de mat, maar was hij nieuwsgierig en zocht hij een oplossing. Een van de beste voorbeelden daarvan was de pauwenstaart.”

Die kon hij niet verklaren door natuurlijk selectie.

“Nee, want natuurlijke selectie bevoordeelt eigenschappen die een organisme helpen om te overleven. En die staart van de mannetjespauw is zo zichtbaar en zo zwaar dat hij niet alleen roofdieren aantrekt, maar ook de mogelijkheid om snel te vluchten bemoeilijkt. Dat paste niet in zijn theorie, dus vroeg hij zich af wat er aan de hand kon zijn.”

Zo kwam hij bij het verschijnsel seksuele selectie uit.

“Precies. Al was zijn vertrouwen in het zekerheidsgehalte van dat verschijnsel kleiner dan zijn vertrouwen in natuurlijke selectie. Maar de pauwenstaart kon hij verklaren door de hypothese dat vrouwtjes erdoor aangetrokken worden – zodat mannetjes met een grote, mooie staart een grotere kans hebben om zich te kunnen voortplanten. In de natuur is het niet alleen belangrijk om te overleven, maar ook om je te reproduceren.”

Kan eerlijke twijfel je geloofwaardigheid doen toenemen?

“Ik zou zeggen: openheid over je onzekerheid. Critici die het boek van Darwin lazen op zoek naar fouten en onzekerheden, werden meteen ontwapend door de auteur, omdat Darwin zélf alle onzekerheden aanhaalde, en het meteen toegaf als hij iets niet kon bewijzen. Eerlijk zijn over je onzekerheid kan ontwapenend zijn en je geloofwaardigheid verhogen. Al heb je ook soms een publiek dat de waarheid niet wil horen, en altijd jouw argumenten zal verwerpen. Dat gebeurt vaak in de politiek – niet altijd, maar vaak.”

Over de evolutietheorie gesproken: is de verklaring voor het feit dat we vaak als een soldaat redeneren, evolutionair te verklaren?

“Dat is een waardevolle vraag om te onderzoeken. Het lijkt mij moeilijk om definitieve antwoorden te vinden in de evolutionaire psychologie, maar sommige verklaringen zijn wel erg overtuigend. Een van de dingen waarvoor we dat denkraam van de soldaat bijvoorbeeld gebruiken, is zeker de groepscohesie: we zijn geneigd om te geloven in de consensus van onze stam, peergroup of professionele gemeenschap. Dat is evolutionair wel verklaarbaar: bij de groep horen, speelde in je voordeel.”

De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt schrijft dat believing eigenlijk over belonging gaat – dat we dingen geloven om ergens bij te horen. Klopt dat dan?

“Dat is een van de functies ervan. Het lijkt steek te houden: we willen dat andere mensen ons respecteren, we willen gezien worden als loyale leden van de stam, en dan is het goed om de overtuigingen van de groep te delen. Wie als groepslid werd gerespecteerd, had in ons evolutionaire verleden een grotere kans om te overleven.”

Is het een kwestie van intelligentie? Is het voor slimme mensen makkelijker om verkenner te zijn, en zijn minder intelligente mensen sneller soldaat?

“Nee, zo werkt het niet. Slim zijn of veel over een onderwerp weten, kan natuurlijk helpen als je gemotiveerd bent om de waarheid te vinden. Maar als het over emotioneel of ideologisch geladen vragen gaat, lijkt intelligentie je niet te helpen – slim zijn helpt je juist om het antwoord te krijgen dat je graag wilt. Daar bestaat goed onderzoek over. De ideologische kloof over onderwerpen zoals het klimaat is groter bij mensen die aan de intelligentere kant van het spectrum zitten.”

Iemand die slimmer is, is beter in het verdedigen van zijn overtuiging, ook als die overtuiging niet deugt. Er bestaan vast slimme antivaxers.

“Het is een subtiele en complexe discussie. Intelligentie beschermt je zeker niet tegen motivated reasoning of wensdenken, maar de verklaring is nog niet helemaal bekend. Het is mogelijk dat slimmere mensen hun overtuigingen beter kunnen verdedigen, maar het is ook mogelijk dat minder intelligente mensen het zich gewoon minder aantrekken, en minder gemotiveerd zijn om argumenten voor hun overtuigingen te vinden. Maar dat er slimme antivaxers bestaan, zal zeker zo zijn.”

Wat is het belangrijkste onderwerp waarover u zelf al van mening bent veranderd?

“Laat me even denken. Ik hoef gelukkig niet zo vaak van mening te veranderen over de grote vraagstukken, omdat ik zelden sterke opinies heb over complexe onderwerpen zoals politiek en geschiedenis, bijvoorbeeld. Ik hoef zelden een bocht van 180 graden te maken. Maar er is wel iets waarover ik veel minder streng ben geworden. Mijn criteria voor wie het waard is om mee in debat te gaan, zijn veranderd.”

Hoezo?

“Ik was vroeger sneller geneigd om te denken dat mensen die zeer boos of emotioneel debatteren, niet rationeel genoeg zijn om mee in discussie te gaan. Of mensen die niet voorzichtig genoeg zijn in hun formuleringen, of mensen die weigeren om onzekerheden te erkennen – ik ging er te snel van uit dat ze niet in goed vertrouwen aan het debat deelnamen.

‘Omring je niet met mensen die je altijd gelijk geven, want dan weet je niet wanneer je ernaast zit. Maar je wilt je ook niet omringen met mensen die alleen maar onuitstaanbaar willen zijn.’ Beeld Philip Keith
‘Omring je niet met mensen die je altijd gelijk geven, want dan weet je niet wanneer je ernaast zit. Maar je wilt je ook niet omringen met mensen die alleen maar onuitstaanbaar willen zijn.’Beeld Philip Keith

“De laatste vijf à tien jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat ik wellicht te streng was. Mensen die emotioneel discussiëren, zijn niet altijd te kwader trouw. Je kunt een goed punt hebben en tegelijk zeer emotioneel zijn. Dat sluit elkaar niet uit.”

Hoe kijkt u dan naar de heftigheid van sociale media?

“Ik hou er niet van als mensen tegen elkaar zitten te schreeuwen op sociale media. Maar ik ben mij er nu dus wel van bewust dat ook mensen die soms overdrijven of minder genuanceerd zijn, wel degelijk gelijk kunnen hebben. Ik ben lang te streng geweest in de manier waarop ik omga met onenigheid. Ik luister nu meer naar mensen, ook als ze boos of ongenuanceerd zijn. Omdat ze misschien wel een punt hebben.”

Wat kunnen we doen om meer een verkenner te zijn als we bij onszelf merken dat we ons te vaak als een soldaat gedragen?

“Ik zou twee adviezen geven. Het eerste is dat je je meer bewust moet worden van jezelf en erkennen dat je soms verschillende standaarden hanteert: iemand die het met je eens is, hoeft minder bewijzen te hebben dan iemand die het niet met je eens is. Daar kun je op letten, of je op zo’n asymmetrische manier aan debatten deelneemt. Daarnaast is het volgens mij erg zinvol om regelmatig een bepaald gedachte-experiment te doen. Vraag jezelf in politieke debatten bijvoorbeeld af: zou ik op dezelfde manier reageren als iemand van mijn eigen partij dit soort argument zou gebruiken?”

Is het goed om je met critici te omringen?

“Dat zou ik iets genuanceerder formuleren. Het is goed om je te omringen met mensen die je als een betrouwbaar adviseur kunt beschouwen: niet omdat ze hetzelfde of juist het tegenovergestelde geloven als jij, maar omdat ze redelijk en intellectueel eerlijk zijn. Omring je niet met mensen die je altijd gelijk geven, want dan weet je niet wanneer je ernaast zit. Maar je wilt je ook niet omringen met mensen die alleen maar onuitstaanbaar willen zijn. Je wilt mensen die het verschil kennen tussen juist en fout, waar en verkeerd.”

Zijn vriendschap en vertrouwen goede kanalen om iemand te overtuigen? Werkt het zo niet bij sektes? Je bent eenzaam, krijgt liefde, en gaandeweg stap je mee.

“Ik ben geen expert in sektes, maar dat klinkt vrij accuraat. Er zijn ethische en minder ethische manieren om iemand te overtuigen. Je hoeft niet noodzakelijk iemands vriend te worden. Wat je ook kunt doen, is tonen dat je het perspectief van de andere begrijpt. Zonder te doen alsof, dus oprecht. Dat is een heel moeilijke stap voor veel mensen. Het is erg lastig, zowel cognitief als emotioneel, om het standpunt van iemand met wie je het niet eens bent, op een genereuze en correcte manier voor te stellen. Noem het een soort ideologische turingtest.”

Voor de gewone turingtest, bedacht door de Britse wiskundige Alan Turing, slaagt een computer als je na een gesprek het verschil met een mens niet meer merkt.

“En als je dat naar ideologie vertaalt, krijg je hetzelfde gedachte-experiment, maar dan op een ander vlak: je bent geslaagd voor de ideologische turingtest als je de meningen van je ideologische tegenstanders zó goed kunt weergeven tijdens een debat dat mensen het onderscheid met je echte tegenstander niet meer kunnen maken. Dat houdt in dat je van de argumenten van je tegenstanders geen stropop of karikatuur maakt: het is wel emotioneel bevredigend om antivaxers idioten te noemen, of om als progressief te zeggen dat conservatieven niet willen zorgen voor armen en ouderen. Maar is dat een correcte en juiste manier om hun standpunt te vertolken? Dat moet je je afvragen.”

Welke rol speelt virtue signalling in het vormen van onze mening? In het Nederlands noemen sommigen het ook ‘deugpronken’: je neemt een standpunt in om er punten mee te scoren bij je peergroup of bij mensen wier goedkeuring je wilt. Het is een geladen term.

“Het is inderdaad een zeer geladen term. Maar oorspronkelijk refereert het aan een belangrijk fenomeen, dat voordelen kan hebben voor de groep waarin je leeft, of voor de maatschappij als geheel. Het is goed als mensen ernaar streven om deugdzaam te zijn. En het klopt dat we soms dingen zeggen omdat we geloven dat het de dingen zijn die een deugdzaam persoon nu eenmaal zou zeggen, en omdat we willen dat anderen geloven dat we deugdzaam zijn. Dat is op zich niet verkeerd, maar de term virtue signalling is gerecupereerd in politieke debatten en krijgt daardoor soms een andere lading.”

Het wordt als scheldwoord gebruikt, soms.

“Er bestaat ook een manier van virtue signalling waar minder over gesproken wordt. En dat is de neiging om in een controverse altijd de middenpositie in te nemen. Dat klinkt slim, en je lijkt redelijk en gematigd als je dat doet. Maar de waarheid ligt niet altijd in het midden, soms zelfs helemaal niet. Soms heeft de ene kant gelijk en de andere niet.”

Tot slot: om na te gaan of je als soldaat of als verkenner denkt, raadt u aan om er een weddenschap van te maken.

“Door ergens een weddenschap van te maken, wordt het heel concreet. Stel dat een bedrijfsleider zegt dat alle servers in zijn firma veilig zijn, dat er geen risico bestaat op hacking. De vraag is dan: denkt hij dat écht of wil hij alleen maar graag dat het waar is? Wel, een manier om dat te testen, is om er een weddenschap van te maken: je laat een hacker aan het werk en gaat na of het klopt. En bij zo’n weddenschap hoeft zelfs geen geld op het spel te staan. Zulke gedachte-experimenten kunnen altijd helpen om bij jezelf na te gaan hoe zeker je écht bent als je iets beweert.”

Julia Galef, The Scout Mindset. Why Some People See Things Clearly and Others Don’t, Portfolio/Penguin, 276 p., 25,62 euro.

Wetenschapsauteur Julia Galef: ‘Je vergissen is niet hetzelfde als falen’ Source link Wetenschapsauteur Julia Galef: ‘Je vergissen is niet hetzelfde als falen’

Back to top button